"All That's Jazz & van Blues tot Jazz"


Rick FM

Rolf Polak

E-mail: jazz@rickfm.nl

| Zondag van 22:00 tot 24:00 uur | 


September 2008

In de maand september zal All That's Jazz via (aansprekende) eerder uitgezonden uitzendingen, herhaald worden.

Mijn eerstvolgende live verzorgde uitzending wordt weer 5 oktober.


Zondag 24 augustus 2008:

Het JazzProfiel in het 2e uur van "All That's Jazz" 441:

 

 

Tenorsaxofonist Jimmy Halperin

Jimmy gaat samen met de onlangs overleden pianist Sal Mosca hun 'Psalm-project' spelen,  een 49 minuten lange registratie op Zinnia Records

De zomeruitzendingen

Herhalingen Van Blues tot Jazz en All That's Jazz in de maanden mei en juni 2008
18 mei 2008 trompettist Roy Eldridge 21:00 - 24:00 uur
25 mei 2008 pianist Franz von Chossy 21:00 - 24:00 uur
1 juni 2008 tenorsaxofonist Zoot Sims 21:00 - 24:00 uur
8 juni 2008 hammondorganist Jimmy Smith 21:00 - 24:00 uur
15 juni 2008 saxofonist James Carter 21:00 - 24:00 uur
22 juni 2008 altsaxofonist Art Pepper 21:00 - 24:00 uur
29 juni 2008 tenorsaxofonist Lester Young 21:00 - 24:00 uur

Zondag 18 mei 2008:

Drummer Art Blakey in  'All That's Jazz' afl. 424

De naam van de in 1919 in Pittsburgh - Pensylvania geboren Art Blakey, een van de eerste bebopdrummers, is sinds de jaren vijftig, via zijn Jazz Messengers, altijd verbonden geweest aan de hard-bopstroming. Art Blakey speelde eerst piano, en ging in het begin van de jaren veertig over op slagwerk. Hij speelde o.a. in het orkest van Lucky Millinder en was o.a. begeleider van pianiste Mary Lou Williams.

Tot aan het einde in 1947, heeft Art Blakey deel uitgemaakt van de in 1944 opgerichte legendarische big band van zanger Billy Eckstine, met een wisselende groep van bebopmusici, waaronder de saxofonisten Dexter Gordon, Wardell Gray en Sonny Stitt, en de trompettisten Fats Navarro, Dizzy Gillespie en Miles Davis.

Met pianist Horace Silver en contrabassist Percy Heath vormde Art Blakey een ideale ondersteuning op een aantal opnamen van Miles Davis.

Afrikaanse slagwerkers zijn voor Art Blakey altijd een onuitputtelijke inspiratiebron geweest en zijn  hang naar show en spektakel kon hij uitleven in eigen groepen, die door professioneel door hem aan het publiek werden gepresenteerd.

In zijn All Stars, qua repertoire nog sterk bebop georienteerd, speelden de nog zeer jeugdige jubelend spelende trompettist Clifford Brown en altsaxofonist Lou Donaldson.

De eerste Jazz Messengers, waarvan de naam was ontleend aan een in de jaren veertig door Art Blakey geleide formatie, werd begin 1955 door Blue Note Records gelanceerd.

Zijn vier medemusici waren: pianist Horace Silver, trompettist Kenny Dorham, Hank Mobley en bassist Doug Watkins.

Mede door de sterk in de blues- en gospeltraditie gewortelde opvatting van spelen van pianist Horace Silver, die veel composities leverde, ging de muziek van The jazz Messengers geleidelijk aan verschillen van de jachtige, met ingewikkelde akkoordenschema’s en "changes" volgepropte bebopformule. Dit "funky" karakter bleef bestaan nadat Art Blakey en Horace Silver in 1956 uiteen waren gegaan.

Aan het einde van de jaren vijftig hadden The Jazz Messengers hits als "Moanin" van pianist Bobby Timmons, "Along Came Betty", "Blues March" en "Whisper Not" van tenorsaxofonist Benny Golson.

Vooral Golson en zijn opvolger, tenorist Wayne Shorter, hebben in de periode 1958 - 1968 hun stempel gedrukt op het repertoire en de stijl van de groep.

Art Blakey stierf in oktober 1990 op 71 jarige leeftijd aan longkanker in het St. Vincents Ziekenhuis in New York, de plaats waar hij zo lang heeft geleefd en gewerkt.


Zondag 20 april 2008:

Pianist Bud Powell  in  "All That's Jazz" afl. 423

Hij werd in 1924 in New York geboren als Earl Powell en hij is de grootste pianovertolker van het pure bebopidioom geweest.

Zijn technisch zeer ontwikkelde pianospel, is het resultaat van een degelijke klassieke studie, en groeide in de jaren veertig snel naar een direct herkenbare eigen stijl, die een omwenteling betekende t.o.v. voorgangers als Earl Hines, Art Tatum, Fats Waller en Teddy Wilson.

Bud Powell’s linkerhand speelde niet langer de traditionele 'vier-in-de-maat-figuren' (bas op de eerste/ akkoord op de tweede/ bas op de derde/ akkoord op de vierde tel).

Swingend getimede akkoordaccenten van de linkerhand, gecombineerd met razendsnelle fraseringen van de rechter, bepaalde Bud Powell’s  typische bebop-pianostijl.

Bud Powell, startte als professioneel musicus in de band van trompettist Cootie Williams (1943-1944), en hij werd de voorloper in de bebopstroming voor pianisten wat altsaxofonist Charlie Parker voor blazers was: "hun muzikale vader".

Een andere overeenkomst met Parker was dat Powell ook een leven heeft geleid vol geestelijke en lichamelijke instortingen, waarbij dat van Bud Powell in feite nog tragischer is verlopen.

Bud Powell was een gekwelde en vaak wanhopige man en was totaal niet opgewassen tegen het harde muzikantenbestaan.

Kwetsbaar en onberekenbaar als hij was, soms volkomen afgesloten van de buitenwereld en bovendien verslaafd aan alcohol en drugs, heeft Bud Powell een aantal periodes in psychiatrische klinieken doorgebracht.

Bud Powell's Nederlandse debuut in 1956, werd een mislukking door angstvisioenen en andere verschijnselen van geestelijke gestoordheid.

In Parijs, waar Powell zich in 1958 vestigde, hield hij zich met behulp van enkele Franse bewonderaars (in het bijzonder Francis Paudras, die hem in huis opnam) beter staande dan in zijn geboorteland.

Powell voelde zich in de Franse hoofdstad, waar hij enige tijd werd verpleegd wegens tuberculose, veiliger dan in het onrustige, woelige New York.

In 1964 bezweek Bud Powell voor een aanlokkelijk financieel aanbod om weer in zijn geboortestad New York te komen optreden, maar er was vreemd genoeg nog maar weinig belangstelling voor zijn concerten in de diverse jazzclubs

Telexberichten naar aanleiding van Bud Powell’s dood in 1966, en dat op slechts 42 jarige leeftijd, maakten eigenlijk voornamelijk melding van ondervoeding, alcoholmisbruik, tuberculose en depressies. Er werd volkomen voorbij gegaan aan zijn vooraanstaande rol in de jazzontwikkeling.

De film "Round Midnight" van de Franse regisseur Betrand Tavernier ( met in de hoofdrol tenorsaxofonist Dexter Gordon) vormt een vrije vertaling van en een eerbetoon aan Bud Powell’s leven, gecombineerd met dat van een andere tragische held, tenorsaxofonist Lester Young.


Zondag 13 april 2008:

Vibrafonist Tim Collins  in  "All That's Jazz" afl. 421

Bij vibrafonist Tim Collins staat de muziek centraal, dat is voor hem de basis van alles, of hij nu met een vette 'groove' achter een drumstel aan het spelen is of op zijn 'vibes' maakt niet uit, het is bij hem altijd de pure muziek die doorkomt.

Tim Collins groeide in Plattsburgh NY op in en muzikale familie en besteedde in zijn jeugd veel tijd aan drummen en pianospelen.

Tim Collins groeide in Plattsburgh NY op in en muzikale familie en besteedde in zijn jeugd veel tijd aan drummen en pianospelen.

Sinds zijn verhuizing in 2000 naar New York City, greep hij de mogelijkheid met beide handen aan om met veel verschillende musici te spelen in een breed idioom van rock, jazz, R & B, klassiek en latin.

In 2007 kwam zijn eerste album als leider uit, dat de naam 'Valcour' meekreeg.

En op dit moment is hij de laatste hand aan het leggen aan de release van zijn album 'Fade' een samenwerkingsverband met gitarist/producer Charlie Hunter.

Bij Rick FM zijn wij er trots op om de Nederlandse primeur te kunnen presenteren van dit nog niet uitgebrachte album 'Fade', dat pas in de loop van dit jaar uit zal komen.

Dat Tim Collins een begaafde musicus (zowel op vibrafoon als op drums) is, blijkt uit zijn samenwerking met velen uit diverse muziekstromingen, en vanuit de jazz is daar Dave Liebman, Curtis Fuller en Christian McBride.

Het zal zondag 6 april daarom een boeiend en erg gevarieerd JazzProfiel van Tim Collins in 'All That's Jazz' worden.


Zondag 30 maart 2008:

Het Symbiosis Project  in  "All That's Jazz" afl. 420

In 2004 besloot het saxofoonensemble Saxion V zijn aandacht te richten op Symbiosis, een compositie van Claus Ogerman, in 1974 voor het eerst op de plaat gezet, met jazzpianist Bill Evans als solist. Symbiosis werd oorspronkelijk geschreven voor symfonieorkest, pianotrio, Fender-Rhodes, percussie extra houtblazers en saxofoons.

Op de opname in 1974 werd deze saxsectie, bestaande uit vier altsaxen, aangevoerd door niemand minder dan Phil Woods. De saxen nemen - naast de solist Bill Evans uiteraard - een prominente plek in op het album.

Besloten werd ook om meteen Glenn Corneille erbij te betrekken. Als pianosolist voerde deze tijdens het North Sea Jazz Festival 2001 al eens delen van Symbiosis uit met pianotrio en kleine strijkersbezetting.
In 2005 werd het plan een project van de Stichting Morfo Music. Met steun van het Fonds voor Amaterkunst en Podiumkunsten werden door Morfo Music de voorbereidingen getroffen voor een nieuw gearrangeerde, integrale uitvoering van Ogermans symfonische werk, dat algemeen beschouwd wordt als een boeiend voorbeeld van cross-over.

 

Het nieuwe arrangement werd geschreven door Will Jasper en Rob Horsting. Zij maakten van Ogermans Symbiosis een bewerking voor saxofoonkwintet, klein strijkersensemble, pianotrio en percussie.

Het ensemble dat de nieuwe interpretatie van Symbiosis zou gaan uitvoeren werd, naast Glenn Corneille op piano, gevormd door het uit twee tenorsaxofoons, twee altsaxen en baritonsax samengestelde Saxion V, ondersteund door een ritmesectie, het Gustav Klimt Strijkkwartet en een aantal gastmusici, te weten een percussionist en een contrabassist.

Helaas zou kort daarna pianist Glenn Corneille bij een tragisch ongeval om het leven komen. Na een periode van grote verslagenheid werd besloten om het project toch te continueren en Symbiosis op de plaat te zetten.

Met steun van het Thuiskopiefonds begon eind 2006 de cd-productie. Joost Swart nam de plek van Corneille in.
 


Zondag 16 maart 2008:

Joe Coughlin in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 418

Zanger Joe Coughlin begon, vreemd genoeg, eerst in schoolbands percussie te spelen en veranderde midden in zijn teenage-leeftijd naar het vocale idioom.

Nadat hij zijn high school opleiding had afgerond begon Joe Coughlin met optredens in bars en clubs, voornamelijk in Ontario, en hij trad daar op met zijn eigen heavy metal band "Whiteheet".

Een gedeeltelijke verlamming, al sinds zijn geboorte, leidde er toe dat Joe altijd met krukken moet lopen en vaak hulp nodig bleek te hebben.

Volgens eigen zeggen, hielp de jazz hem bij mogelijk verder ongemak.

In 1979 won Joe Coughlin de CBC's  "Search For The Stars" prijs en in 1981 kwam zijn eerste album uit, gevolgd door zijn tweede dat heel toepasselijk "Second Debut" werd genoemd.

 

Joe Coughlin heeft een heel aansprekende en swingende stem en verdient het om in dit JazzProfiel in de spotlights geplaatst te worden.


Zondag 9 maart 2008:

Russell Malone in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 417

Gitarist  Russell  Malone werd op 8 november 1963 in Albany (Georgia) geboren en bespeeld de gitaar al vanaf zijn 5e levensjaar.

Voor diegenen die de jazz in de jaren negentig gevolgd hebben, zal het verwonderlijk overkomen dat deze voortreffelijke gitarist schijnbaar plotseling triomfen viert.

Waarom heeft hij zich met zijn spectaculaire talenten zich al die jaren verstopt?

Maar verstoppen is niet de juiste typering, want wel degelijk heeft Russell Malone aan de weg getimmerd, alleen niet als leider van zijn eigen groep.

Hij heeft o.a. twee jaar lang gespeeld in de succesvolle band van Hammondorganist Jimmy Smith en heeft regelmatig tournees gemaakt met zanger Harry Connick Jr. en zangeres Diane Krall.

De invloeden in de stijl van spelen van Russell Malone loopt via de swing naar de Rhythm and Blues tot aan de bebop georiënteerde aanpak.

Beslist dus de moeite waard om naar dit JazzProfiel te gaan luisteren!


Zondag 2 maart 2008:

Horace Silver in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 416

Pianist Horace Silver  werd geboren in 1928 in Norwalk (Connecticut) en is een van de leidende figuren geweest in de hard bop-stroming die rond de helft van de jaren vijftig in New York en enkele andere Oost-Amerikaanse steden opkwam.

Het bijzondere aan pianist Horace Silver is dat hij zich In korte tijd ontwikkelde, anders dan bij Bud Powell, tot een pianist met een puntige, duidelijk herkenbare eigen stijl, waarin bebopopvattingen werden vermengd met invloeden uit zwarte muziektradities als de gospel en de blues, maar ook die uit de Zuid-Amerikaanse en Oosterse muziek.

Het bijzondere aan pianist Horace Silver is dat hij zich In korte tijd ontwikkelde, anders dan bij Bud Powell, tot een pianist met een puntige, duidelijk herkenbare eigen stijl, waarin bebopopvattingen werden vermengd met invloeden uit zwarte muziektradities als de gospel en de blues, maar ook die uit de Zuid-Amerikaanse en Oosterse muziek.

Horace Silver, zoon van een negerpredikant van Portugese afkomst en een Ierse moeder, was aanvankelijk een weinig bekende sideman in de formaties van onder andere tenorsaxofonist Stan Getz, vibrafonist Terry Gibbs, en de tenoristen Lester Young en Coleman Hawkins.

Maar in 1953 en 1954 maakte hij historische opnamen met Miles Davis en kort daarna kreeg hij grote faam als de pianist van de Jazz Messengers, het collectief onder leiding van drummer Art Blakey en ook mentor van zeer vele jonge jazzmuzikanten.  Voor deze formatie: "The Jazz Messengers" schreef Horace Silver vele bekende composities.

In 1959 kon ook het Nederlandse publiek in levende lijve kennis maken met Silver’s gedreven, staccatoachtige pianospel en de funky opvattingen in zijn composities en improvisaties.

In 1962 kwam hij, als erkend sleutelfiguur in de hard-bop, hier opnieuw concerten geven.

Net als in Art Blakey's Jazz Messengers, volgden de nieuwe lichtingen van hard-bop musici elkaar in de formaties van Horace Silver zich steeds weer op, waardoor er platen zijn met zeer verschillende bezettingen en dus met instrumentale inzichten en invullingen.

In de jaren 1976 en 1977 trad Horace Silver, als de verbinder van bebop en blues, tijdens het North Sea Jazz Festival in Den Haag op met voor het jazzpubliek vertrouwde kwintetbezettingen.


Zondag 17 februari 2008:

Lester Young in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 413

Lester Young 1909 - 1959  In 1909 werd in Woodville Mississipi Lester Willis Young geboren. Hij groeide in New Orleans op als zoon van een musicus die tournees maakte met 'minstrel shows', en zijn kinderen  (onder wie Lester en diens broer drummer Lee)  op den duur meenam.

De eerste voorbeelden voor Lester Young waren de blanke Chicago-saxofonisten Bud Freeman en Frankie Trumbauer, met hun sterk onderkoelde toon en met nauwelijks een vibrato, die hij zoveel mogelijk trachtte te imiteren.

In het begin werd Lester Young door collega's nogal argwanend bekeken, vooral door zijn lichte geluid, dat totaal niet paste in de opvattingen van de zwarte tenoristen uit die tijd. Daar kwam bij dat Lester Young een weinig spraakzame en een zich wat deftig voordoende zonderling was, op wie niemand vat had. 

Lester Young speelde in de orkesten van o.a. King Oliver, Walter Page, Benny Moten, Fletcher Henderson, Andy Kirk en Count Basie.  Met een kleine formatie van Count Basie maakte hij in 1936 zijn eerste, inmiddels beroemd geworden opnamen, waarop hij een rijkdom aan ideeen aan de dag legde.

Ze kwamen met een weinig nadrukkelijke, bijna achteloze timing uit zijn instrument, dat hij soms bijna horizontaal voor zich hield.

In de daarop volgende 10 jaar heeft Lester Young een stempel gedrukt op de verdere ontwikkeling van de stijl van spelen met de tenorsaxofoon.  Vergeleken met de barokke en extraverte voordracht van de erkende tenorkoning uit die tijd, Coleman Hawkins, was die van Lester Young het tegendeel van overdaad.

Coleman Hawinks accentueerde de eerste en derde tel, Young verplaatste zijn accenten steeds met het effect van de naald die een groef overspringt en vaak dus iets na de tel.

Dat luid trekken aan het metrum en het verspringen van het accent gaf een veel grotere ritmische spanning.

Door drugs en alcoholgebruik vertoonde het spel van Lester Young in de jaren '50 een kwalitatief sterk wisselend niveau, wat blijkt uit opnamen met allerlei bezettingen, waaronder de sterrenformatie  'Jazz At The Philharmonic'.

Tijdens zijn Nederlandse concert in 1956, was Young's toch al spaarzame notenkeuze tot een bedroevend minimum gereduceerd.

Lester Young, onbereikbaar voor zijn omgeving en nog slechts een schaduw van demuzikale persoonlijkheid die hij jaren eerder was, overleed in 1959 op slechts vijftigjarige leeftijd.                


Zondag 3 februari 2008:

Hank Mobley in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 412

JazzProfiel van Hank Mobley 1930 - 1966  Dit keer een JazzProfiel van de in 1930 in Eastman (Georgia), geboren Hank Mobley.

Hank Mobley is de middengewicht kampioen van de tenorsaxofoon schreef Leonard Feather als eerste zin achterop de hoes van Hank Mobley's LP ‘Workout' uit 1961.  Leonard Feather bedoelde het met zijn uitspraak niet zo kwaad, want hij wilde eigenlijk met zijn uitspraak zeggen dat  Hank Mobley niet vergeleken moest worden met zulke zwaargewichten als Coleman Hawkins of John Coltrane, beiden in hun categorie onverslaanbaar. En ook niet met de categorie lichtgewichten.

Hank Mobley is de kampioen middengewicht omdat zijn geluid, dat had hij trouwens ook zelf gezegd: "not a big sound, not a small sound, just a round sound" was.

En daarnaast ook omdat hij indertijd alle rages en modegrillen had overleefd en toch een constant succesvolle musicus was geweest.

In de jaren vijftig leek het wel of Hank Mobley overal te beluisteren was. Uiteraard kwam dat door de enorme ontwikkeling binnen de platenindustrie, waarbij Nederland enkele jaren achterstand moest zien in te halen.

Opeens was er de doorbraak van de 30 cm-LP en de 45 toerenplaat, als single en als extended play, het zogeheten EP-tje.

De losgebroken rock 'n roll had voor een enorme impuls gezorgd en voor het eerst was een jong platenkopend publiek: de tieners, aangeboord.

Het lijkt bij Hank Mobley er vaak op of het saxofoon spelen een eenvoudige en vanzelfsprekende zaak is. Waarschijnlijk was dit ook een van zijn eerste grote fouten, want later in de jaren vijftig en vooral aan het begin van jaren zestig deed iedere saxofonist die wilde opvallen zijn uiterste best om te laten zien dat tenorsax spelen uiterst moeilijk was.

Een "constante worsteling met het instrument dat bevochten moest worden, waar lucht doorheen geperst moest worden en waar na een lange frase diep geademd moest worden".

Deze geweldig spelende tenorsaxofonist Hank Mobley stierf op 55 jarige leeftijd in Philadelphia.


Zondag 27 januari 2008:

Lionel Hampton in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 411

Lionel Hampton 1909 - 2002. De in 1909 te Louisville Kentucky geboren Lionel Hampton is zijn carriere begonnen als slagwerker, maar heeft vooral door zijn werk op de vibrafoon in 1930 bij Louis Armstrong en in 1936 bij Benny Goodman dit instrument een volwaardige plaats in de moderne jazz gegeven.
De platenopnamen uit de jaren dertig met het Benny Goodman Quartet, waarin Lionel Hampton als dynamisch spelend vibrafonist stevig partij gaf aan de klarinettist, zijn legendarisch geworden.

Lionel Hampton kreeg bij Benny Goodman zo’n grote naam dat hij vanaf 1940 met eigen formaties ging werken.
Zijn eerste big-bandversie van het nummer dat onverbrekelijk verbonden is aan zijn muzikale opvattingen "Flying Home", dateert van 1942.

Altijd heeft Lionel Hampton zijn eigen plaats in de moderne jazz weten te behouden, deels door briljante vertolkingen van een aantal slows, zoals "Tenderly", "Stardust" en zijn eigen compositie "Midnight Sun", deels door zijn virtuositeit en zijn talent om een zaal vol mensen in verregaande staat van opwinding te brengen.


In Nederland gebeurde dit voor de eerste keer in 1953, toen talentvolle jonge musici als de trompettisten: Clifford Brown, Art Farmer en Quincy Jones, altsaxofonist Gigi Gryce, tenorist Clifford Solomon, trombonist Jimmy Cleveland en pianist George Wallington, deel uitmaakten van zijn big band.

Het jaar daarop ging het publiek in de Amsterdamse Apollohal tijdens Hampton's show zo te keer dat het met vereende krachten door de vloer zakte.

In 1956 maakte de Hampton Band het onder aanvoering van de furieus spelende vibrafonist en drumsolist in het Amsterdamse Concertgebouw zo bont dat de politie ingreep en verder optreden verbood. Ik citeer uit een artikel in Het Parool: "Heren, die men 's morgens met aktetas naar kantoor had zien gaan, grepen juffrouwen bij de schouders en hosten door de zaal, van de balkons klonken wilde kreten, het was die nacht waarlijk angstig en onwerkelijk", tot zover dit artikel in Het Parool.

Tot op hoge leeftijd is de energieke Lionel Hampton, terend op oude roem, maar ook met een nieuw repertoire aan de weg blijven timmeren.
Zowel in de kleinere formatie "Jazz Inner Circle" als in zijn big bands zijn altijd solisten van naam blijven spelen en dat zegt natuurlijk alles over het hoge niveau van Lionel Hampton’s formaties.

Lionel Hampton overleed op 31 augustus 2002.


Zondag 20 januari 2008:

Lollo Meier in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 410

Van de gypsy gitaarjazzmusici die de stijl van Django Reinhardt spelen, zijn er maar enkelen die er uit springen. Zo is Lollo Meier, een Nederlander met zigeunerachtergrond, opgegroeid met deze stijl van musiceren en speelde hij al op 12 jarige leeftijd samen met zijn familieleden.

Lollo Meier is een erg grote liefhebber van de gypsy jazzmuziek en wil beslist de top in dit jazzsegment bereiken, het is eigenlijk zijn levensdoel.

Zijn techniek van spelen is overweldigend en met een grote mate van souplesse, waardoor Lollo's muziek verfrissend over komt, temeer hij ook veel nieuw eigen werk en met minder de gebruikelijke standaards excelleert.

Lollo Meier's fabelachtige talent resulteert in concerten dan ook tot een enorm enthousiast publiek.

Nadat hij in de Belgische groep "Swing 42" had gespeeld, startte hij zijn eigen "Lollo Meier Szigano Swing" en dat bood hem direct ook de mogelijkheid om zijn eigen stijl en ideeën en composities te etaleren.

In dit JazzProfiel van Lollo Meier komen al deze facetten, vanuit diverse samengestelde groepen, volledig aan bod en het belooft dan ook een erg aansprekend JazzProfiel te worden!


Zondag 13 januari 2008:

Lennie Tristano in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 409

Het pianogenie Lennie Tristano (1919 – 1978).  Het muzikale oeuvre van de in 1919 in Chicago geboren pianist, componist en pedagoog Leonard Joseph Tristano is samen te vatten binnen een specifieke jazzstijl van rond 1950, namelijk de 'cool jazz'. Tristano’s  blindheid, al vanaf zijn negende levensjaar, vormde voor hem geen enkel beletsel om een vakopleiding in de klassieke muziek te volgen. In 1943 wist hij dan ook zijn einddiploma compositieleer te ontvangen aan het conservatorium van zijn geboortestad Chicago.

Lennie Tristano bespeelde in eerste instantie, naast zijn vertrouwde piano, ook in dansorkesten diverse blaasinstrumenten, zoals de tenorsax en de klarinet. Kort na zijn conservatoriumstudie werd Lennie Tristano muziekdocent. Onder zijn eerste leerlingen bevonden zich altsaxofonist Lee Konitz en trombonist en latere componist Bill Russo.

Gitarist Billy Bauer en contrabassist Arnold Fishkin maakten ook deel uit van het Lennie Tristano Trio dat op de plaat werd vastgelegd in New York waar zich een ware kring van discipelen om Lennie Tristano ging vormen.

Tristano's pianospel onderscheidde zich door vingervlugheid en vooral door een steeds weer verrassende timing van de rechterhand, waarbij accenten en frases niet op voor de hand liggende maatdelen werden geplaatst maar een of meer tijdseenheden ervoor of erna. Lennie Tristano paste in 1955 de later ontwikkelde cool jazzstijl toe met een op band opgenomen ritmesectie, waarbij hij de akkoorden van de linkerhand wegliet. Een uiterste consequentie hiervan waren zijn solo-opnamen uit 1962 met een lopende baslijn gespeeld door zijn linkerhand.

Voorvechters van de zogenaamde pure jazz, die volgens hen vrij moest zijn van intellectueel gedoe, bekritiseerden Lennie Tristano om het onderdrukken van warmte en expressiviteit, althans dat vonden zij. De term cool jazz spreekt in dit verband boekdelen, vooral omdat Tristano bassisten en drummers in ritmisch opzicht slechts de mechanische functie van een metronoom lijkt te geven.

Aanvankelijk trad Tristano nog slechts sporadisch op, en na 1965 verschanste hij zich in zijn woning annex studio in New York, waar hij alleen nog studeerde, opnamen maakte en les gaf. Leerlingen van de als kluizenaar levende Lennie Tristano, raakten in zijn ban en konden zich daar nauwelijks meer van losmaken.

De trompettist Sy Platt heeft hierover in het blad 'Jazz Nu' gezegd: "Wij beschouwden hem als een genie, als de meest vooruitstrevende musicus van zijn tijd. Ik verafgoodde hem dusdanig, dat ik dacht dat hij de antwoorden wist op alle problemen in de wereld".

Lennie Tristano stierf in 1978, dus op slechts 59 jarige leeftijd.


Zondag 6 januari 2008:

Pianist Earl Hines in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 408
Pianist Earl Hines (1903 - 1983)  Hij is wel eens de eerste moderne jazz pianist genoemd, deze in Duquesne (Pennsylvania) geboren Earl Kenneth Hines. Zijn karakteristieke pianostijl was al in 1928 te beluisteren in zijn solo in "West End Blues" in Louis Armstrong's Hot Five.

Zijn stijl kenmerkt zich door het swingende stride-spel, met een linkerhand die op de eerste en derde tel octaven en op de tweede en vierde tel geavanceerde akkoorden neerzet.

In de jaren dertig weet Earl Hines de weg naar de bebopstijl te openen via swingende akkoordaccenten met de linkerhand. Earl 'Fatha' Hines groeide op in een muzikaal gezin en hij startte zijn studie vanaf zijn negende jaar. In 1927 debuteerde hij bij Louis Armstrong.

Als vakkundig leider van een eigen big band trad hij vele seizoenen op in 'The Grand Terrace Ballroom' in Chicago. Tot op hoge leeftijd heeft Earl Hines op het programma gestaan van jazzfestivals over de hele wereld.


Zondag 30 december 2007:

Pianist Oscar Peterson in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 407

Oscar Emmanuel Peterson (Montreal, 15 augustus 1925 - Toronto, 23 december 2007) was een Canadese jazz-pianist en componist. Zijn vader leerde hem trompet en piano op vijfjarige leeftijd, maar toen hij zeven was, na tuberculose te hebben gehad, concentreerde hij zich op de piano.

 Hij verwierf snel de reputatie van een technisch briljante en melodisch inventieve jazzpianist, en werd een regelmatige gast in radioprogramma's. Hij maakte zijn eerste optreden in de Carnegie Hal in 1949.

Hij heeft samengespeeld met onder andere Ray Brown, Herb Ellis, Ed Thigpen, Niels-Henning Orsted Pedersen, Louis Armstrong, Ella Fitzgerald, Clark Terry en Joe Pass. Een belangrijk moment in zijn carriere was toen hij zich aansloot bij impresario Norman Granz' labels (vooral Verve Records), waar hij kon samenspelen met de grote jazzartiesten van dat moment.

Sommige artiesten die Oscar beinvloedden in z'n jonge jaren waren o.a. Teddy Wilson, Nat "King" Cole, James P. Johnson en de legendarische Art Tatum.

In 1993 leed Oscar aan een ziekte die zijn linkerkant verzwakte, waardoor hij rustig moest blijven gedurende twee jaar. Hij is er overheen gekomen en ging door met optreden, opnemen en componeren zoals vanouds.

In 1997 ontving hij een Grammy Award voor zijn gehele carriere en een Internationaal Jazz Hall of Fame Award, het bewijs dat Peterson nog steeds als een van de grootste jazzmuzikanten wordt gezien.

Zijn werk heeft hem door de jaren heen zeven Grammy Awards opgeleverd. In 1978 werd hij in de Canadese Music Hall of Fame opgenomen. Hij is eveneens in de Juno Awards Hall of Fame en de Canadese Jazz and Blues Hall of Fame opgenomen. In 1972 werd hij een Officier van de  Orde van Canada en in 1984 werd hij tot Companion, de hoogste rang, gepromoveerd. Hij is ook lid van de Orde van Ontario, ridder van de Ordre du Quebec en officier van de Franse Ordre des Arts en des Lettres.

Oscar Peterson overleed op 23 december 2007. Rolf Polak besteed in zijn uitzending van 30 december aandacht aan Oscar Peterson


Zondag 23 december 2007:

Arthur Pepper in het JazzProfiel  "All That's Jazz" afl. 406

Arthur Edward Pepper, Jr. was een Amerikaanse jazz- altsaxofonist. Hij begon zijn muzikale carriere in de jaren 40 van de 20e eeuw, waarin hij speelde met Benny Carter en Stan Kenton. In de jaren 50 werd Pepper een van de toonaangevende muzikanten van de West Coast Jazz, samen met trompettist Chet Baker, baritonsaxofonist  Gerry Mulligan, drummer Shelly Manne en anderen.
Pepper werd geboren in San Pedro, Californie. Hij raakte verslaafd aan heroine in de jaren 40, wat leidde tot onderbrekingen in zijn carriere door celstraffen tijdens de jaren 50 en 60. In de latere jaren 60 bracht hij tijd door in Synanon, een afkickcentrum voor drugsverslaafden.

Nadat hij begonnen was met een methadon therapie in de jaren 70, maakte Pepper een muzikale comeback en nam hij een serie hoog gewaardeerde albums op. Zijn autobiografie  Straight Life (1980), is een unieke onderzoeking in de jazz-wereld en de met drugs omgeven criminele subculturen van het midden van de twintigste eeuw in Californie.
Pepper maakte een aantal uitstekende albums onder zijn eigen naam, maar een van de allerbeste werd opgenomen onder leiding van de Bulgaarse pianist Milcho Leviev, genaamd Blues for the Fisherman
Arthur Pepper geboren: Sep 01, 1925 in Gardena, California  overleden: Jun 01, 1982 in Panorama City, California

"All That's Jazz" is een programma van Rolf Polak. jazz@rickfm.nl